CAM 1
--
CAM 2
--

Particulieren mogen beelden 28 dagen bewaren zonder melding aan CBP
21-11-2012

Oud nieuws voor juristen en specialisten, maar wij hadden hem even gemist: de Wbp is aangepast.

In maart 2012 is de Wet bescherming persoonsgegevens aangepast. In het kort komt het erop neer dat camerabeelden die met particuliere beveiligingscamera's zijn gemaakt nu vier weken mogen worden bewaard zonder dat dit een melding bij het College bescherming persoonsgegevens nodig maakt. Je komt als ondernemer dus nog steeds in aanmerking voor de vrijstelling van melding. Overigens alleen als de camera's zichtbaar zijn aangebracht. Stiekem filmen van bezoekers of personeel blijft namelijk gewoon verboden.

Voor de volledigheid nemen we hieronder de tekst uit de Memorie van Toelichting over waarin staat waarom is gekozen voor deze verlenging. Het belangrijkste argument is de preventieve werking. Als personen weten dat beelden langer mogen worden bewaard kan dat ze weerhouden om strafbare feiten te plegen, is de gedachte.

Artikel 38
In artikel 38 wordt een voorziening getroffen om de vrijstelling van verwerkingen in de vorm van camerabeelden gemaakt met zichtbaar aangebrachte particuliere beveiligingscamera’s uit te breiden. Tot dusverre mochten deze beelden niet langer dan 24 uur na vervaardiging worden bewaard, tenzij zich binnen die termijn een incident voordeed dat zichtbaar was op die beelden en dat rechtvaardigde dat die beelden langer werden verwerkt ten behoeve van de afwikkeling van het incident.

Van cameratoezicht gaat een preventieve werking uit. Net als bij gemeentelijk cameratoezicht heeft de inzet van cameratoezicht in het particuliere domein een preventieve functie, waaronder het voorkomen van schade aan de gezondheid of veiligheid van natuurlijke personen, gebouwen en terreinen. Deze preventieve functie wordt versterkt als de beelden worden vastgelegd en enige tijd bewaard blijven. Het gevolg hiervan is dat de beelden gedurende die periode kunnen worden doorverstrekt voor de opsporing van een strafbaar feit. De Wet bescherming persoonsgegevens biedt daartoe de mogelijkheid via artikel 43.

De wetenschap dat de beelden gedurende een bepaalde periode kunnen worden doorverstrekt, kan personen ervan weerhouden door middel van het plegen van strafbare feiten of anderszins de veiligheid van anderen of andermans zaken in gevaar te brengen op plekken waar particuliere camera’s hangen. Op grond van artikel 151c Gemeentewet geldt een bewaartermijn van ten hoogste vier weken voor de beelden die zijn gemaakt met camera’s ten behoeve van de handhaving van de openbare orde. Deze termijn werd nodig geacht in het kader van de preventieve functie van het cameratoezicht voor de openbare orde handhaving (Kamerstukken II 2004/2005, 29 440, nr. 16, blz. 2).

Bij de vrijstelling in artikel 38 van het Vrijstellingsbesluit Wbp voor videocameratoezicht wordt bij deze bewaartermijn aangesloten. Een langere bewaartermijn biedt tevens mogelijkheden om de beelden, zonder de administratieve last van de melding, op ruimere schaal in te zetten om de opsporing van strafbare feiten te ondersteunen. Het komt regelmatig voor dat strafbare feiten niet direct ontdekt worden. Of dat pas later blijkt dat de opnames kunnen bijdragen aan de opsporing van een strafbaar feit. Ook komt het voor dat de politie een langere periode nodig heeft om aangiften te verwerken en te selecteren voor opsporingsonderzoek. Een periode van vier weken zal doorgaans voldoende zijn om de aangifte rond te krijgen. Het vastleggen van camerabeelden voor de in artikel 38 van het Vrijstellingsbesluit genoemde doelen en het bewaren van de beelden voor een periode van ten hoogste vier werken betreft een verwerking waarbij een inbreuk op de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene onwaarschijnlijk is. Cameratoezicht is een veelvoorkomende en maatschappelijk aanvaarde vorm van gegevensverwerking. Het bestaan van particulier cameratoezicht en de vastlegging van de beelden mag algemeen bekend worden verondersteld. Het Vrijstellingsbesluit vereist bovendien dat de camera’s zichtbaar moeten zijn.

Bron: Overheid.nl

Dossiers: Ondernemers, Wetgeving

Deel

ShareThis

Lees ook