CAM 1
--
CAM 2
--

Beleidsregels cameratoezicht gepubliceerd door Autoriteit Persoonsgegevens
29-01-2016

De Autoriteit Persoonsgegevens (de nieuwe naam voor het College bescherming persoonsgegevens) constateert dat organisaties steeds vaker camera's inzetten. De beleidsregels helpen bij de privacyafweging die zij moeten maken. Cameratoezicht betekent een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Die inbreuk kan groot zijn, zeker als mensen niet weten dat ze worden gefilmd en zich onbespied wanen.

Private en publieke camera's
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft beleidsregels opgesteld voor cameratoezicht. De beleidsregels zijn gebaseerd op de bepalingen in de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet politiegegevens. Het stuk is relevant voor cameratoezicht door private en publieke organisaties. De doelen van het cameratoezicht kunnen de beveiliging van personen en goederen zijn of (door gemeenten) de handhaving van de openbare orde.

Niet voor politie
Ook de politie kan camera's inzetten op grond van de algemene politietaak in de zin van artikel 3 Politiewet 2012. Daar gaan de beleidsregels niet op in. Hetzelfde geldt voor camera's die worden ingezet voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Nieuwe technologie
In de beleidsregels gaat het niet alleen over de 'gewone' vaste camera's die al enkele decennia worden ingezet. Er is ook aandacht voor nieuwe technologieën, zoals drones, dashcams en andere slimme camera’s (bewegingsdetectie, geluidsdetectie, gezichtsherkenning, gedragsanalyse).

Bron: Autoriteit Persoonsgegevens.

Download hier het document.

Dossiers: Handreikingen, Privacy, Wetgeving

Deel

ShareThis

Lees ook